Middel 9 (2)
  • Diensten
    • Accountancy
    • Bedrijfsadvies
    • Turkish Desk
  • Inzichten
  • Over ons
  • Onze Locaties
    • Amstelveen
    • Amsterdam
  • Contact
✕
  • Diensten
    • Accountancy
    • Bedrijfsadvies
    • Turkish Desk
  • Inzichten
  • Over ons
  • Onze Locaties
    • Amstelveen
    • Amsterdam
  • Contact

Van der Molen Adviseurs & Accountants is onderdeel van Kop of Munt Amsterdam B.V.

Gemeentelijke heffingen in 2026: waarom jouw portemonnee het voelt (en waar dat geld naartoe gaat)

Gepubliceerd op:

Type publicatie

Categorie

6 februari 2026

Kennisartikel

Tax

Stel je voor: je opent je gemeentelijke aanslag en denkt “Hè, alweer hoger?” Je bent niet de enige. In 2026 verwachten Nederlandse gemeenten samen maar liefst 15,3 miljard euro op te halen uit heffingen. Dat is geen klein bier. Sterker nog: het is 6,5 procent meer dan het jaar ervoor. Minder spectaculair dan de stijgingen van de afgelopen jaren, maar nog steeds stevig genoeg om even bij stil te staan.

Wat zit hierachter? Welke belastingen stijgen het hardst? En waarom voelt het soms alsof je steeds meer betaalt, terwijl je niet per se meer diensten ziet? Tijd om erin te duiken.

 


 

Wat zijn gemeentelijke heffingen eigenlijk?

 

Laten we bij het begin beginnen. Gemeentelijke heffingen zijn geen vage pot geld. Het zijn belastingen en leges die jij betaalt voor specifieke voorzieningen of diensten van je gemeente. Denk aan:

  • Onroerendezaakbelasting (ozb)

  • Afvalstoffenheffing

  • Rioolheffing

  • Parkeerheffingen

  • Toeristenbelasting

  • Leges voor paspoorten, rijbewijzen en huwelijken

Zie het als een abonnement: jij betaalt, de gemeente levert. Alleen voelt dat abonnement elk jaar net iets duurder aan.

 


 

15,3 miljard euro: waar komt dat bedrag vandaan?

 

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben gemeenten hun begrotingen voor 2026 doorgerekend en komen ze uit op 15,3 miljard euro aan heffingsopbrengsten. Dat is samen goed voor een groei van 6,5 procent ten opzichte van 2025.

Opvallend: die groei is lager dan in de twee jaren daarvoor, toen gemeenten nog stijgingen van 8,5 en 8 procent noteerden. De piek lijkt dus iets af te vlakken, maar dalen? Dat zit er voorlopig niet in.

 


 

De vier grote geldmachines van gemeenten

 

Niet alle heffingen wegen even zwaar. Vier ervan zijn samen goed voor bijna 85 procent van alle inkomsten uit gemeentelijke heffingen. Dat zijn:

 

1. Onroerendezaakbelasting (ozb)

De absolute koploper. In 2026 verwachten gemeenten 6,3 miljard euro op te halen via de ozb. Dat is een stijging van 6,3 procent.

Wat betekent dat concreet? Huiseigenaren voelen dit direct. De ozb is gekoppeld aan de WOZ-waarde, en die is de afgelopen jaren flink gestegen. Zelfs als het tarief gelijk blijft, betaal je vaak toch meer.

De grote steden vergeleken:

  • Utrecht: +9,7%

  • Rotterdam: +5,6%

  • Amsterdam: +5,5%

  • Den Haag: +2,6%

Utrecht spant hier de kroon. Den Haag doet het relatief rustig aan.

 


 

2. Afvalstoffenheffing

Afval kost geld. Inzamelen, verwerken, recyclen — niets daarvan is gratis. In 2026 stijgt de opbrengst uit afvalstoffenheffing naar 2,8 miljard euro, een toename van 5,1 procent.

De stijging is iets minder scherp dan vorig jaar, maar nog steeds voelbaar. Vooral omdat deze heffing iedereen raakt, huurder of huiseigenaar.

 


 

3. Rioolheffing

Een heffing waar je zelden over nadenkt, tot hij omhooggaat. De rioolheffing stijgt in 2026 met 5,3 procent. Gemeenten gebruiken dit geld voor onderhoud en vervanging van riolering — essentieel, maar onzichtbaar werk.

Vergelijk het met funderingsherstel: je ziet het niet, maar zonder gaat het mis.

 


  

4. Parkeerheffingen

Parkeren wordt steeds meer een luxeproduct. In 2026 verwachten gemeenten ruim 1,6 miljard euro aan parkeerheffingen, een stijging van 8,8 procent.

De grote boosdoeners?

  • Amsterdam: +43,1 miljoen euro

  • Rotterdam: +14,6 miljoen euro

  • Den Haag: +9,7 miljoen euro

Samen zijn parkeerheffingen goed voor 10,5 procent van alle gemeentelijke heffingen. En hoewel de stijging lager is dan in 2025 (toen +11,7 procent), blijft parkeren een melkkoe.

 


 

Leges: klein bedrag, grote stijging

 

Leges klinken onschuldig — een paar tientjes hier, een paar euro daar. Maar bij elkaar opgeteld gaat het om serieuze bedragen.

 

Secretarieleges schieten omhoog

In 2026 stijgen de opbrengsten uit secretarieleges met maar liefst 15,7 procent naar 427 miljoen euro. Dat is procentueel de grootste stijging van alle heffingen.

Hoe dat komt? Simpel. In 2014 werd de geldigheid van paspoorten en identiteitskaarten verlengd van vijf naar tien jaar. Vanaf 2024 liepen de eerste van die documenten af. Gevolg: een golf aan nieuwe aanvragen — en dus meer leges.

Een klassiek voorbeeld van uitgestelde kosten die ineens tegelijk terugkomen.

 


 

Toeristenbelasting: Amsterdam als goudmijn

 

Toeristen zijn goed voor de lokale economie, maar ze kosten ook geld. Daarom heffen veel gemeenten toeristenbelasting. In 2026 levert dat naar verwachting 654 miljoen euro op, een stijging van 9 procent.

En Amsterdam? Die speelt in een eigen league.

  • 42,2 procent van alle toeristenbelasting komt uit Amsterdam

  • Verwachte opbrengst: 275,5 miljoen euro

  • Stijging: +9,8 miljoen euro

De groei komt niet alleen door hogere tarieven, maar vooral door meer overnachtingen.

 

Buiten Amsterdam

Ook andere gemeenten zien hun opbrengsten stijgen, gemiddeld met 13,2 procent. Dat komt door:

  • Tariefverhogingen

  • Nieuwe invoering van toeristenbelasting

  • Belasting op verblijf van arbeidsmigranten en niet-ingeschrevenen

Steeds meer gemeenten zien toeristenbelasting als een logisch instrument om kosten te dekken.

 


 

Begroot versus werkelijkheid: gemeenten zijn voorzichtig

 

Interessant detail: in 2024 bleek dat de werkelijke opbrengsten uit heffingen 3,6 procent hoger lagen dan begroot. Met andere woorden: gemeenten ramen voorzichtig, maar halen vaak meer binnen dan verwacht.

Dat roept vragen op. Zijn gemeenten te voorzichtig? Of is het simpelweg lastig voorspellen in een economie die continu beweegt?

 


 

Wat betekent dit voor jou als inwoner?

 

Laten we eerlijk zijn: vrijwel iedereen betaalt mee. Of je nu huurt, een huis bezit, parkeert, afval aanbiedt of een paspoort aanvraagt — je krijgt ermee te maken.

De stijgingen zijn geen toeval. Gemeenten staan onder druk door:

  • Hogere kosten

  • Inflatie

  • Investeringen in duurzaamheid

  • Onderhoud van infrastructuur

  • Tekorten vanuit het Rijk

Heffingen zijn dan een van de weinige knoppen waar ze zelf aan kunnen draaien.

 


 

Betaal je meer, krijg je ook meer?

 

Dat is dé vraag. In theorie wel: betere voorzieningen, schonere straten, veiligere wijken. In de praktijk voelt het soms anders. Veel kosten zijn onzichtbaar of preventief. Net als een verzekering: je merkt pas wat het waard is als het misgaat.

 


 

Conclusie: stijgende heffingen zijn geen toeval, maar beleid

 

De 15,3 miljard euro aan gemeentelijke heffingen in 2026 laat één ding zien: gemeenten leunen steeds zwaarder op eigen inkomsten. De grootste lasten zitten bij ozb, afval, riool en parkeren, terwijl leges en toeristenbelasting opvallend hard stijgen.

Is dat leuk? Nee. Is het verklaarbaar? Absoluut.

Zie het als een huishoudboekje: als de uitgaven stijgen en je inkomsten niet meegroeien, moet je ergens compenseren. Gemeenten doen dat via heffingen — en jij ziet dat terug op de mat.

De echte vraag is niet óf je meer betaalt, maar waarvoor. En dat gesprek wordt de komende jaren alleen maar belangrijker.

Direct in je inbox

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief

Van der Molen Adviseurs & Accountants is onderdeel van Kop of Munt Amsterdam B.V.

Onze organisatie

Over ons

Beroepsorganisatie accountants

Werken bij

Contact

Nieuws & Media

Inzichten

Diensten

Accountancy

Bedrijfsadvies

Turkish Desk

Juridisch en privacy

Algemene voorwaarden

Cookie beleid

Privacy beleid

Klachtenregeling